Toen ik ruim 40 jaar geleden begon met hardlopen, stond het wereldrecord op de marathon op 2.08.34, op naam van de Australiër Derek Clayton. Ik vroeg mij toen al af of ik het in mijn leven zou meemaken dat er iemand onder de 2 uur op de marathon zou lopen.

Op 12 oktober jl. werd er geschiedenis geschreven door de Keniaan Eliud Kipchoge: met 1 uur, 59 minuten en 40 seconden doorbrak hij in Wenen de magische grens!

Ik was op dat moment bij Nea, ik gaf trainen aan de atleten van gemeente Purmerend. Op internet kon je de race mooi volgen, en dus wisselden we trainen af met het kijken op tv/laptop/mobieltjes, om te zien of Eliud nog op schema zat, met hulp van al zijn hazen.
De grote vraag van de atleten bij Nea was; hoe hard loopt Eliud nou eigenlijk? Ik had het steeds maar over 21 km per uur, maar hoe hard is dat nou in de praktijk? Op tv is dat moeilijk te zien.

Na een lange warming up gingen we een 100 meter lopen, en dat probeerden we te doen in het tempo dat Eliud op dat moment in Wenen liep. Dat betekende iedere 100 meter in 17 seconden. In mijn trainingsgroep haalde alleen Nico de Boer (zoon van mijn collega Jaap) dit. Nu was duidelijk hoe ontzettend hard Eliud aan het lopen was! Ik zei tegen andere atleten, dat er nog hoop voor ze is, omdat zij pas een half jaar trainen en Eliud al 20 jaar! Hierna gingen we snel de kantine in, ook met Jan Zwemstra en zijn atleten, om het historische moment van Eliud te aanschouwen.
Heel bijzonder om dat moment gezamenlijk in de kantine van Nea te beleven.
Dank je wel Eliud!

Op het WK van Doha mocht Merhawi Kesete (Eritrea) toch meedoen op de marathon (zie mijn vorige column). Helaas ging het al snel mis: na 14 km moest hij overgeven en op 21 km was hij genoodzaakt uit te stappen. Het was heel warm in Doha, dus mijn advies aan Merhawi was goed drinken voor de race. Waarschijnlijk was de sportdrank tijdens de race te sterk voor zijn maag, waardoor de inhoud snel eruit kwam. Volgende keer meer verdunnen met water. De wereldkampioen marathon 2017, Geoffrey Kirui, werd 14e. Ook voor Geoffrey was de warmte een zware tegenstander.

In Doha was onze Sifan Hassan een klasse apart op de 10 km en later ook op de 1500 meter. Heel knap van haar, zeker met alle dopingtoestanden rondom haar coach. Faith Kipyegon, uit Keringet, Kenia werd mooi 2e op de 1500 meter. Ik schrok toen ik zag dat ze met krukken op het podium werd geholpen, maar later kreeg ik het geruststellende bericht dat het mee viel. Op de Olympische Spelen 2020 zal ze beter voorbereid aan de start staan, zodat ze haar Olympische titel kan verdedigen. Dat zal dus weer genieten worden tijdens het kijken!
Teleurstellingen, prachtige prestaties, onze sport blijft de mooiste op aarde! Het is ook de oudste; wat als de eerste mensen waren blijven zitten, waar zouden we dan nu zijn?

Een paar weken geleden was Abrar Osman uit Eritrea in Nederland. Hij liep hier zijn eerste marathon, in Amsterdam. Hij werd 10e in 2.07.46. Ook hij kreeg maagproblemen: bij 38 km moest hij even stoppen, hij was misselijk van een aangereikte sportgel, die hij nog nooit eerder had genomen. Hij heeft hier veel van geleerd, vertelde hij mij daags na de marathon. Het bijzondere van Abrar is dat hij sinds april van dit jaar in het trainingskamp van Eliud Kipchoge traint. Er zijn grote culturele verschillen tussen Eritrea en Kenia. Ik heb dit zelf kunnen zien in zowel Kenia als Eritrea als ook bij mij thuis in Purmerend, waar ik atleten uit beide landen te logeren heb gehad. Knap van Abrar dat hij zijn weg in Kenia heeft gevonden!

Na de marathon kwam Abrar een paar dagen bij mij in huis. We gingen o.a. op zaterdagochtend naar Nea om trainen te geven aan het groepje gemeente-Purmerend-atleten. Nadat ik oefeningen voor had gedaan, deed Abrar ze vol overtuiging. In Eritrea worden de oefeningen op militaire wijze uitgevoerd. De eerste keer dat ik dat zag, maakte op mij veel indruk, ik zag een enorme discipline. Abrar kreeg er al meer zin in om de atleten te pushen: hoger die benen en sneller, sneller (jamo, jamo). Na één rondje adviseerde ik iets rustiger te doen, wat Abrar ook wel begreep. Jan Zwemstra’s atleten keken ietwat verbaasd hoe de gemeente-atleten professioneel aangepakt werden.
Abrar deed het intervalprogramma mee met Henk Swart, onder toeziend oog van zijn pa Hans (Nea topatleet in de jaren 80/90). Na afloop liep Abrar op verzoek van alle atleten een soepele 400 meter in 63 seconden en kreeg een groot applaus van iedereen. Tja, en dan te bedenken dat Eliud 68 sec loopt op 400 meter, en dat 42 kilometer en 195 meter lang!

De clubkampioenschappen op 6 oktober waren, ondanks regen en wind, weer een mooi succes voor de jeugd en de ouderen. Dankzij de inzet van vele vrijwilligers konden wij als atleten ons op alle niveaus uitleven. Mijn discusniveau lag niet zo heel erg hoog en dus heb ik mij voorgenomen daar op te gaan trainen voor de clubkampioenschappen van volgend jaar!

Nu is het alweer november en zitten we midden in de herfst. Dat maakt het tot een extra uitdaging om te blijven sporten, maar doe dat alsjeblieft! Want als je dan weer thuis bent plof je heerlijk voldaan op de bank. Zo hard als Eliud Kipchoge hoeven we niet te gaan, maar ga! Pole pole (rustig rustig) is altijd goed!

 

Ciao,
Veron

 

Volg ons op Twitter
Praat mee op Disqus
Volg ons op Facebook